Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£(J4 HUGO de GROOT.

De Groot, thans al de troost, de hoop , de vreugd der Zweeden,

Strekt tot bcwondring van het fchranderst flaatsbeleid; Hun rijk, door ramp op ramp des oorlogs ftaêgbeflreeden ,

Ziet nog door Hugo's trouw, zijn ouden roem verbreid, 'k Zie Okzenltiern op 't fnoodst door lasterzucht beledigd,

Door Ricbellieu beticht, als of hij 't Staatsverbond, Schoon hem dc Groot vol moed en vriendentrouw verdedigt,

Ondanks den duurden eed, uit (taatslist listig fchond; 'k Zie d'edlcn Staatsheid zelf, aan 't Franfche Hof verfchijncu ;

Zijn ongeveinsde ziel leeft in zijn fprcekend oog; Eene edle zachtheid, blijft in fiere trekken kwijnen; Der helden wraak,zweeft langs d'ontkreukten wenkbrauwboog: Hoe ftout bepleit hij de eer van 't lang gefolterd Zweeden!

De kroon , die 't fchuldloos blos der fierfre jeugd befchaauwt, Is ftrafloos reeds te lang door lastertaal beitreeclen:

De Staatsman met al 't fchoon der blanke deugd bedaauwd, Voelt door de godvrucht van mijn' Hugo zig verrukken;

Parijs heeft buiten hem , niets dat 's mans boezem ftreclt; De last der ftaatszorg, die alom zrjn' geest blijft drukken ,

Duldt niet, dat hij in 't zoet der gulle blijdfchap deelt:

Mei

Sluiten