Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|?(J H U G Q de GROOT.

Ik zie Quistorfius het veege derf bed nadren;

Quistorfius , ontvonkt in heilig Godsdienst vuur; Hij fmeekt met mijn' de Groot den eeuwgen God der vadren s

Om liefde en tedre troost in 't bange flervensuur; Hij wijst zijn flaauwend oog op Goëls zaalgen luister:

„ Ja, (damelt hij) ik zie het bloedig offerlam, .„Voor mij gekruist, 'k ontvlucht dit ziel verfchrikkend duister i

,, Mijn Goël! 'k voel den gloed der eeuwge liefdevlam: 4, E en koude rilling doet mijn bloed in de adren dollen,

Een zachte , een kouden flaap , verdooft mijn laatde kracht; „ Hoe fchemert alles weg ! waar ben ik! waereldbollen!

,, Ik hoor uw wentlen, 'k zie der zonnen glans en pracht," Hij zwijgt, een gulle lagch zweeft door zijn doodfche trekken ,

Hij geeft den adem weêr in Gods almagte band, Ik zie hem minzaam dooreen heilgen engel dekken ,

Hij wijst d'ontboeiden geest het fpoor naar 't Vaderland; Zij fnelt de G odftad in , tcrwyl de zaalge zielen %

Van dierbre vrienden , door het reinst gevoel verrukt, Met palmen in de hand voor Jezus heiltroon knielen,

Daar elk het welkomlied op gouden fnaarcn drukt.

Dc

Sluiten