Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i s )

en vermyclen wat ons voorhome fchadefok te wezen (*)

Deze gronddrift heeft de mensch met de dieren gemeen : welk dier tog bemint niet zig zeive (**) , en tracht niet, even als de mensch, het onaangename te vermyden, en het aangename te vermeerderen ?

Nogtans is 'er groot onderfcheid tusfchen den / mensch, en het dier, ten aanzien der wyze, op welke de mensch zyne eigenliefde voldoet, of immers voldoen kan.

Het dier volgt zvne neigingen en driften fchier blindlings, zonder de gevolgen zyner daden te berekenen. Verhit zynde drinkt het, om den dorst te lesfchen , zonder zig om mooglyke verkouding, en daar uit ontftaande ongemakken, enigzins te bekommeren. Even zo dierlyk, en bloot zinlyk, handelt ook vaak de mensch. Hy kan egter ook anders handelen, en overleggen , welk het gevolg zyner daad zal wezen, vergenoeging of fmart. In dat geval gaat hy verftandig te werk , fchoon tevens zinlyk : want zyn oogmerk is, het geen hy voor zig nuttig acht, naartejagen , en zyn geluk te bevorderen. Zo kiest

een

(*) Cicero, offic. III. 28. (**) Cl ce 110. fin. V. 0.

-V 3

Sluiten