Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 4* )

tuur, den hogen rang van wetgevers: maar zeer verre is het 'er af, dat wy de wet , eigendunklyk , zouden geven, of ons zeiven , onder welk voorwendzel ook, enigzins , van verpligting ontilaan kunnen. Neen: wy zyn niet alleen wetgevers, maar , tegelyk, onderdanen, in dat llyk , en hangen van de wilbepalende wet onzer eigen rede , ten enemaal, af. Verliest tog dit laatfte, zo min als het eerfte, immer, uit het oog; of gy misleidt u zeiven, door enen iedelen waan , als of gy , boven verpligting. , verheven waart: in welk geval, gy, hoe getrouw gy wezen mogt aan de letter , nogtans , aan den geest der wet uwer practijche rede , reeds', ontrouw zoudt bevonden worden.

Zy allen , derhalve', die , gelyk de meesten der hedendaagfche lïomanfchryveren , en zogenaamde fentimentele opvoederen der jeugd , den menfchen vóórprediken , dat zy, niet zo zeer, uit pligt, dan wel, uit verhevener, en grootmoediger , beginzelen, handelen moeten, en veel meer doen kunnen, dan de wet eigenlek vordert — zy allen , zeg ik, voeren zedelyke dwepery in , en bevorderen, daar door, gene deugd, maar fchyndeugd , en dwazen hoogmoed. Wat? zoude het dan , voor den mensch , ter volbrenging van zynen C 5 pligt,

Sluiten