Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 55 )

dan moet de voorwerplyke grond der wilsbepaling , dat is, de zedelyke wet , ook gaaf, en geheel alleen, de onderwerplyke bepaalgrond wezen : met andere woorden, uit pligt, of uit achting voor de wet, moet de daad gefchieden ; of dezelve kan , hoe pligtmatig zy zyn moge , nimmer volstrektlyk goed zyn. Ene daad, die flegts middel is, ter bereikinge van een , of ander , oogmerk , moge , in enen ruimen zin, ook goed heten , wegens het, daar toe vereischte, redelyk overleg , of wegens de gefchiktheid tot enig gegeven oogmerk : nogtans , is dezelve niet volftrekt goed , noch heeft iets m«er, dan alleen betrekkelyke waarde. .Alle dryfveders, hoe genaamd, uitgezonderd de achting voor de wet der zuivere rede, zyn uit het begrip van reine deugd, dat is , van die goedwilligheid , over welke wy hier fpreken , geheellyk verbannen. Het allerminste inmengzel van fympathetisch , of enig ander , gevoel, hoe fyn gy u dat moogt vóórhellen, als grond der bepaling van den wil aangemerkt , bederft het practifche goed , en is met deszelfs , geheel reine , zuivere , heilige , ten enemaal redelyke, natuur, onbeftaanbaar. Ik ontken niet, dat de bewustheid der deugd, onD 4 mul-*

Sluiten