Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( io5 J

ve, zo verre zy practisch is; dan heb ik allen grond, om (fchoon ik het niet kunne bewyzen) te eifchen (als postulaat myner practifche rede,) dat ik, waarachtig, vry ben; en vryelyk Mezen kan, tusfchen de voldoening van mynen redelyken , en. van mynen zinlyken , wil, of, tusfchen de voldoening van mynen wil, en die van myjie begeerte, wanneer 'er ftryd, tusfchen beiden , plaats heeft. Want, zo ik niet vry ware, en my zei ven , onafhanglyk van natuurwetten, bepalen konde, hoe zoude dan de wet my, en al, wat rede bezit, onvoorwaardlyk, kunnen gebieden, en de voorwerplyke noodzakelykheid van den pligt , nadruklyk , voor ogen houden ? Dewyl zy nu dit doet , moet of zy zig zelve tegenfpreken , of ik moet volkomenlxk vry zyn >— niet flegts in enen pfychologifchen zin , maar in enen volftrekten zin , geheel cnafhanglyk van wetten der yerfchynzelen. Maar het eerste is onmooglyk, dat, namelyk, de wet zig zelve zoude tegenfpreken, en haar eigen gezag vernietigen : want , dan , ware de rede gene rede , en haar volftrekt gebod onzin. Ik moet, derhalve, aannemen , als ene helling, welke (fchoon, G 5 door

Sluiten