Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 23 >

Hij, die den fchijn voor 't wezen mint,

Zij een vergulde (laaf! Mij tiert, in 't ongelooide kleed,

De gouden Vrijheid zelf!

Hoe flreelt der vad'ren heldenmoed Mijn jeugdig, brandend hart!

'k Gevoel 't! mijn hart getuigt het, ja!

Dat zij mijn vaders zijn!

Ik lees, op 't marm'ren eeregraf,

De lesfen van de Deugd : 'k Gaa dikwijls in het heiligdom,

En Haar op 't marm'ren graf!

Dan is het, of de Vrijheid zelf

't Gevoelloos fleen bezielt; Dan treft een mannelijke flem

Mijn cerbiedvoedend hart: B 4

Sluiten