Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< I29 >

Laat nooit dit blikk'rend zwaard u uit de vuisten wringen!

Ziet gij de Tweedragt niet, die, grijnzend, op u loert? Mijn. helden, laat haar nooit, in uw geled'ren, dringen:

Uw Vrijheid valt in't zand uw hoop wordt weggevoerd!

Uw Vrijheid! . . . zoudt gij ooit uw Vrijheid overleven?

De Vrijheid, die alleen ons leven 't leven geeft? Eer moet gij door 't geweld der woeste golven fneven,

Eer, op den zeeuwfchen grond, de lieve Vrijheid (heeft! Met welk een fchoone mom hij 't aanzigt moog bedekken;

Hoe vleiend ook zijn taal, van zijne lippen, vliet'; Die u, door zijne list, der waap'ning, poogt te onttrekken .

Hij is een flaaffche ziel en acht uw Vrijheid niet!

Gelijk, wanneer de zee, gebeukt door forsfche winden,

Met donderend geweld, op uwe muuren breekt; Uw fchoone, fiere ftad, in weêrwil van de winden

En golven, 't vrolijk hoofd, door zwarte wolken, (leekt:

Sluiten