Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CO

Gij ziet, met ééne blik, een duizend-tal van zonnen!

Wie meet uw grootheid dan? Straks boeit verrukking u, aan twee bekoorlijke oogen .

Waar is uw grootheid dan?

Als, in den arm des flaaps, 't vermoeide ligchaam (luimen,

Pvust gij dan ook, mijn ziel? Of vormt gij dan een reeks, van fpelende gedagten,

Ondanks uw eigen wil?

Gelijk 't geheugen vaak, het denkbeeld dier gedagten,

Bij 't vormen zelfs, verliest; Hebt gij dus ook, mijn ziel, den juiaten flond vergeten,

Waarin Gods hand u fchiep?

Uit eeuwigheid gevormd, gevoeld gij uw beikmming|

En, trotsch op dit geve el, (laat ge, over 't (lonend puin, van al het oa.lcrmaaii'ciie,

Een' blik in de eeuwigheid!

Sluiten