Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 4° )

Toen boorden wij de fchorre donders, Gelijk een zeeman, die, van 't (brand,

'c Gewoel en 't woeden van de golven, Riet een bedaarden blijdfèhap, ziet!

In 't einde blaasde een lugtig windje De wolken van den hemel weg;

Wij gingen vrolijk langs de velden, En veelden niets dan dankbaarheid!

Na lagcht de zon, mijn dierbaar meisjei En, zoo er weêr een onweer groeit;

Dan, Filiis, heeft de gulle Liefde Ons weèr een fchuilolaats toegezegt!

Sluiten