Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 62 j

Verhef u dan, mijn traage geest! Doordreef die nimmer meetbre kringen, Tot hem, den vader aller dingen,

Wiens liefde uw wording is geweest!

Verhef u! flijg in 't hemelhof!

Maar neen verneder u in 't Hof!

Die luister zou uw oog verblinden! Gij fmolt voor dat ontfaglijk vuur!

o Neen! gij kunt de Godheid vinden, Op 't aanzigt der Natuur!

Ja! op dat glansrijk aangezigt Is God, in eiken trek, te leezen! Gij zijt, o groot, o eeuwig wezen,

De luister van dat aangezigt!

't Geruisch der grootfche waterval, De zagte ftilte, In 't vrugtbaar dal,

liet golvend graan 't geklots der baaren

Der vog'len zang, die 't hart verblijdt;

't Doet alles onzer ziel ervaaren, Dat gij de fehepper zijt!

Sluiten