Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in BEEKHUIZEN. -i

'k Bezat haar eens; op 't onverwagtst

Ontvlood zij mij; nu zoek ik, weenend, overal haar op,

Meest in een ltillen hoek; Ik wil met boeken, inkt, en pen,

Veel zweeven in uw' kring; Welligt dat ik, door u bezield,

Natuur nog eens bezing — Natuur? — zoo als Petrarcha deed,

Zijn Hof —— doch niet zijn' toon; Dit kan ik niet — zijn liefde-lied

Was treurig — maar ook fchoon. Hoe veel gelijkt deez' grot in 't klein

Vaucluzel naar uw dal, Waar eens uw dichter kwijnend zat

Bij rots en waterval; Natuur, zoo fchoon in uwen kring,

Verzagtte zijne fmart, En gaf in 't eind de ruste weer,

Aan zijn gepijnigd Bart: Dat, wat gij aan Petrarcha fchonkt

Zoek ik in deezen oord. Help redenI Godsdienst! help Natuur

In haare werking voord.

B 3 C II E-

C II E-

Sluiten