Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n aan MIJNEN OVERDORP.

Of 'k bragt u op den vlakken grond, In ftille, fchoon beplante dalen;

'k Zou uw genot in kleiner kring, Maar bij geen armer bron bepalen;

GIJ vond de ftille kalmte daar, Zoudt leed en zorgen ras vefgeetên;

En, bij 't geruis van bron eu beek$ Alleen van vergenoeging weeten.

Hier hield gewis een flatig bosch, u i" zijn fchoonen nacht verfcholen;

Ginds Weeft ge in 't jong veelkleurig groen Op lieve kronkelpaadjeus dooien.

Hier zou een kleine mnSfe hut, En ginds een bank van fiisfche zooden,

ü» bij der naclucgaalen lied, Tot zacht genot e„ mste nooden>

'k Zou in 't vermaarde Rozendaal Met u door donkre wouden dwaalen;

Of, waart ge op rijke kunst verliefd, Op piachtig grotuerk u ónthaalea.

Gij

Sluiten