Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130 r> e HOUTEN LEPEL.

'k Dacht aan die groote wijzen, Die door hun voorbeeld leerden , Hoe ligt Natuur voldaan is, En zocht van hun te leeren Met u in mijne hand.

En nu , eenvouge lepel! Wordt gij voor mij hier nutloos, Doch blijft een aartig huisraad In dit hermiete kluisje ,

Dat ik — helaas! — verlaat.

Nu kunt gij andren dienen: Spreek hen wanneer ik weg ben, Nog van 't gelukkig meisje, Dat, wars van grootfchen luister, Eenvouwigheid beminde; Dat met Natuur en ftilte Zig hier gelukkig voelde, Maar 't langer niet kon weezen, Gefeheideu van haar' vriend.

D ff

Sluiten