Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138 aan de BEI DE

Verbeeld ik 't mij? of ziet Natuur

Mij hier zoo droevig aan ? Een huivrig windje zweeft door 't woud ,

En zucht door al de blaên : Het flaprend loof des populiers

Trilt mij een afscheidsgroet; 't Is of het kweelend vooglenchoor

Een treurlied hooren doet: Elk roosje , dat hier aan zijn ftruik

Zoo dor hangt, en verbloeid, Zegt mij: „ De dagen van uw rust

„ Zijn ook als ik verbloeid." Neen, onvermengde vreugde woont

Niet op deez' wislende aard', Altijd is derven aan genot,

Verdriet aan vreugd gepaard; De ervaring leerde dit al lang ,

En zal het verder doen, Zoo wel op 't-fchoon kasteel, als in

De hutjes van Biljoen,

Gs«

Sluiten