Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRAANEN.

33

J, den in 't graf;" boe blij zong haare hopende ziel den gewijden dichter dik-» vvijls na, en dit was haar meest geliefde zang:

Daarom heeft zig mijn kwijnend hart verblijd; Mijn tong mijn eer zingt Godgewijde toonen;

Ook zal mijn vleesch, thans afgefloofd, ten fpijt Des vijands, in den grafkuil zeker woonen. Gij zult mijn ziel niet in de hel vergeeten; Uw heifge 2al van geen verderving weeten.

Gij maakt eerlang mij 't levenspad bekend, Waar van in druk 't vooruitzicht mij verheugde j

Uw aangezicht, in gunst tot my gewend, Schenkt mij in 't kort verzadiging van vreugde, De lief'lijkheén van 't zalig hemelleven Zal eeuwiglij k uw regte hand mij geeven.

Hoe zoet was haar de gedachte na eenen langen, moeite.vollen levensdag, te fluimeren C

Sluiten