Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J[0 MIJNE KINDERLIJKE

In één woord, haar gantfche ziel was doof* weeven met eenen Godsdienftigen zin, en haar zuiver verftand had daar aan. eene zoo edele rigting gegeeven, dat hij, fehuw van dweepagtige beuzelarij —— de reine bron werd, waaruit eene rij van de fchoon* fle deugden , als een milde ftroom, voordvloeiden deugden, welke haar in de

ftilte verborgen leven verfierden, die haar beminnelijk deeden worden voor anderen.

Tevredenheid en goede moed • i» alle wisfeivalligheden van het leven, had. den eene voornaame plaats onder dezelve. Altijd was, altoos bleef zij dit, in voor- en tegen - fpoed. Daar , waar de moed zoo menig Christen ontzonk, bleef de haare vast; en het geloof aan Gods beloften maakte deze zwakke, door veeIe wederwaardighden beproefde Vrouw tot eene moedige heldin — Daar waar een ander klaagen zou, juichte zij van ftille hoop op haaren Godl

Sluiten