Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TWEE MUILEZELS. Q

DE TWEE MUILEZELS.

Twee dieren voortgetceld uit ezel en uit paard, Waarvan het ééne was met geld van 't land bezwaard; Daar 'tandre voedfel droeg tot onderhoud van 't leven, '

Langs éénen weg naar 't heir gedreven, Befchouwden ftil elkaêr; tot de ezel met den fchat Zich trots betoonde op 't geen hy op zyn rugftreng had. Hy trad hovaardig voort, en fchudde hals en ooren, Opdat toch elk de klank zou hooren

Van zyne fraai vergulden fchel,

Verachtend' fteeds zyn' medgezel. Maar, ziet! de vyand komt, door roofzucht aangedreven,

En valt den ryken ezel aan. Men grypt hem by den kop, en doet hem daadlyk liaan, 't Hovaardig dier wil ftout den roovers wederftreven,

Metfchoppen, trappen en met (laan. 't Word doodelyk gewond, het zucht en fluit zyne oogen, En zegt; „ Is dit nu 'c lot eens ezels van vermogen!

A 5 „Heb

Sluiten