Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 DE ROO VEES E M DE EZEL.

DE ROOVERS EN DE EZEL.

T wee Roovers vochten om een' buit, Een' Ezel: de ééne wilde in 't heimlyk dien bewaren;

Maar de andre vond dit vol gevaren, En zei: „ Maak hem tot geld, dan is al 't vreezen uit.5' Terwyl ze elkaar in toorn' dus floegen op den huid,

Ontfloop een derde flimmc guit Met langoor, eer de toorn' der flrydérs kon bedaren.

Deze Ezel is fomtyds een niets beteeknend land: De Roovers zyn alsdan van vorstelyken ftand, 't ZyTranfylvaniërs, 't zy Turken, of Hongaren, 'k Sprak van twee Roovers, en een derde komt te veld;

Maar, lezers! dit ter zy' gefield, Het drietal doet misfehien niet meerder wysheid blyken; Wanneer een nieuwe gast fomtyds ten voorfchyn fpringt,

Die 't vechtend' rot tot vrede dwingt, Door heimlyk met den buit der vcchtren heen te ïTryken.

Sluiten