Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

DÉ PEDANT EN HET KIND.

DE PEDANT EN HET KIND.

Dit Fabeldicht bevat een trek Van ydle vvysheidpraal in een' verwaanden gek.

Een kind, noch jong, maar dat zichzelv'alree'verveelde, Wanneer het zich in huis bevond,

Viel éénsflags in een' vloed, daar 't aan den oever fpeelde,

En ware ontwyfelbaar gefchoten naar den grond;

Zo niet de Hemel 't wicht te hulpe waar' gekomen, En 't flraks de handjes had doen ilaan Aan 't hangend hout van wilgen bomen,

Die veeltyds aan den kant van beek en ftroomen liaan.

Juist wandelde aan den vloed één van die fraaije lieden, Die 't volk doorgaans Pedanten heet:

De jonge fchreeuwde: „ Och! help ! Zo gy niet rasfer treed,

„ Ver-

Sluiten