Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DÉ HAAN ÉN DE PAE REL. 1 51

DE HAAN EN DE PA ER EL,

Een Haan vond, wandlende, ééns een Paerel in het zand, En bragt, die by een' man die werkte in diarriant. Hy fprak: „ Ik denk ze is fyn, haar gloed is niet ónaartig; „Maar,vrind!watmybetreft,ééngraantjeismymeerwaardig."

D 2

Een zotskap, onbekwaam tot eenig onderzoek, Erfde een noch ongedrukt, doch waarlyk nuttig boek,

En bragt het by een' boekverkooper. ,,Vrind! fprak hy, 'k ben geen drukperslooper; „Zie hier een fchrift: 't kan zyn dat alles geestig zy; „Ik acht liet goed, zelfs fraai, zelfs boven maten aartig;

„Maar ééne ducaton is my „Veel meer dan honderd fchriften'waardig."

Sluiten