Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÓO AAN LEZERS, DIE BEZWAARLYK ZYN TE VOLDOEN.

„Zagt!"hoor ik myn bsrispers fchreeuwen, „Genoeg hiervan! Gy doet ons geeuwen! „ Wat is dit lang gerekt! en weinig lezens waard'! „Gun ons wat ademtogt. Wel nu! uw houten paard, „Uw helden, die uw pen daarin bcfloot te leggen, „ Myn vrind! wat wil dit alles zeggen ? „'t Is zeker grooter harsfenbeeld, „Dan uwe Vos, wiens taal een'zotten Raven flreelt. „ Maar 't Haat u zeker flecht de zaak zo hoog te dryven „En in den hoogen trant van een' Homeer te fchryven!' Wel, vrinden! ftaat my dit niet fchoon, Men fpreek' dan op een' lager toon. Minyvrige Amaril zuchtte om Alcip', haar'minnaar, En noemde hem haar' hartverwinnaar, Terwyl zy by haar fchaapjes zat, En waande dat zy flechts die tot getuigen had: Zy hield haar hartsgeheim de kudde niet verholen. Maar Tirfis zat in 't hout niet verr' van haar verfcholcn „ En hoort de herderin verzoeken aan den wind, Eén zucht te voeren tot haar' vrind... jjHou op!" dus roepen onze vrinden»

„Wie

Sluiten