Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 26 DB KIKVORSCHEN OM EEN' KONING VRAGENDE.

„Dan te onderfchikken aan uw' wil? „Moet ik my naar uw' wensch gedragen? „Waarom hebt gy in 't eerst, met zo veel woest getier,

„Gekreten tegen 't oud beltier? „Waarom een nieuw gefmeekt, daar 't oude u moest vernoe„ 'kHeb u verhoordrgy moest u naar den koning voegen,(gen?

„ Dien ik vereerde met den Haf; „ Zyn zagtheid deed uw ryk het minste leed niet fchroomen. ,,, Vernocgt u thans met hem dien ik na Balk u gaf. »?Uit vrees dat erger vorst dan Kraan mogttotu komen."

Sluiten