Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128 DE VOS EN DE BOK.

„ 't Is niet genoeg den dorst door water weg te jagen; „Zie hoe gy, nevens my, u hier belemmerd vind;

„ Hoe worden we uit dit hol ontflagen ? „Maar zagt! vernuft bied my daartoe een middel aan: „Ga tegen dezen muur, op de achterpooten, ftaan, „En zet uw hoorens ftyl: 'k zal op uw ligchaam ftygen, „En 't eerst den rand des puts behendig zien te krygen. „ Als ik den rand bereiken moog', „ Dan trek ik u terftond om hoog," „Jalby myn baard! dat 's goed! dus fprak dcBok. De wyzen,

,, Als gy zyt, moet men altyd pryzen:

„Vernuft doet hen 't gevaar ontgaan. „De dood zou, zonder u, my hier ter nedcrflaan!"

Dc Vos was naauw' het hol ontweken, Of hy befloot den Bok dus troostryk toe te fpreken: „Wanneer gy door natuur, myn vrind! befchonkenwaart „Met zo veel brein in 't hoofd, als hairenaan den baard, „Gy had tot dezen put uw toevlugt niet genomen.

„Vaarwel! gy ziet my die ontkomen; „Span al uw krachten in om uit dees plaatste fpocn.

„ Voor

Sluiten