Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WOLVEN EN DE SCHAPEN. 14?

En hunner oudren ruwe zeden, De roofzucht, trouwloosheid, cn ftoütheid in 't gevaar; Zy namen dra het tydftip waar, Dat juist de goede herderfcharcn Van huis en veld afwezig waren, Om zich te ftorten op den zwakken lamrcndrom , En bragten gruwzaam wreed de helft der Vetften om $ Die flcpend' naar hun verltc holen. Een andre Wolvenhoop, gewaarfchouwd, lag verfcholcü Niet verre van de plaats daar herderhond en Schaap, Vertrouwende op 't verdrag, gerust lag in den flaapi Waaruit men nimmermeer ontwaakte, Vermits de wreede Wolf hen tot zyn prooijen maakte; Dit alles ging zó ftil, en onbegfyplyk ras, Dat niemant eens vernam dat hy gebeten was: 't Wierd alles afgemaakt; geen hond ontkwam de tandcri Der trouwelooze dwingelanden.

Dit voorval levert ons een blyk,

K 2 Dat

Sluiten