Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. a3j

willigers uit de Landzaaten, of vreemde Gelukzoekers , geloofden , hunnen ijver voer de goede zaak niet beter te kunnen toonen, dan door de Geestlijken te mishandelen. Min aan den Hervormden Godsdienst gehegt, dan tegen den Roomfchen Eerdienst verbitterd, merkten zij alles, wat zij deeden , aan, als goede diensten, den Prins van Oranje en den Staaten beweezen, die , huns agtens, verpligt waren , hun vrijheid te verkenen , en, oogluikende, allen moedwil toetelaaten aan Knjgsknegten, die voor hunne zaak lijf en leeven waagden. Doch zij waren beter gefchikt, om te ftroopen en fchielijke aanvallen te doen, dan om een langduurigenoorloguittehouden, en doordagte krijgsbedrijven te volvoeren. Tot de omwenteling hebben zij niets toegebragt, dan alleen door van pasfe te verfchijneii, en de genegenheid des Volks te baat te hebben. Zij konden den Spanjaarden het hoofd niet bieden. Op de dapperheid der Zeeuwfche Schepelingen kon men alleen ftaat maaken. ' Zij betoonden , hoe wild en woest ook, gehoorzaamheid aan hunne Bevelhebberen, waaronder befcheide en bekwaame Mannen waren. Maar de voordeden, door deezen ter zee behaald , zouden de aangroeiende overmagt der Spanjaarden niet hebben kunnen fluiten, indien deezen dezelven niet misbruikt hadden door hunne verregaande wreedheden , die het Volk op nieuw tot wanhoop dreeven', en de Staatsomwenteling onvermijdelijk maakten.

De Prins van Okanje, wien, om hier de taal van Hooft te fpreeken , „ 't een zijner puikgaven was, P 3 » d{

Philips de II. van Spanje.

Sluiten