Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philips de tl. van

Spanje,

Poogin-

gen aer

Konifgs-

gezinden.

om Q.

RA,\|Ein

handen te

krijgen.

256 GESCHIEDENIS

den Antichrist, en vervloekte Afgodendienaars, dié geloofden, niet verpiigt te weezen, hun woord te houden omtrent de zodanigen, die zij Ketlers noemden, daarenboven vijanden van God en voorltanders der Dwinglandije,- deezen van den aardbodem te verdelgen was den Hemel en het Vaderland dienst doen. De zwakke (laat der Regeeringe gedoogde niet, verdiende Itraffe te doen aan een Man , die , door het inneemcn van den Briel, den grondllag van'sLands Vrijheid gelegd hadt. Hij werdgeflaakt; doch, naderhand, verdagt van eenigen kwaaden toeleg, op nieuw gevangen gezet. Hij vondt middel , om te ontfnappen. Maar, dewijl deeze Woelgeest Iteeds veel onrusts brouwde , liet men hem ten Lande uit en na Luik trekken, waar hij, drie jaaren laater, zo eenigen willen , door vergift , of , zo anderen fchrijven, door den beet eens dollen honds, zijn einde vondt (*).

De tijding deezer verdeeldheden deedt den Vijand verorideritellen, dat de Staaten en de Prins Van Oranje het niet ééns waren. Bossu fchreef daarop aan eenen Iioomschgezinden Burgemeelter te Delft, die de Schutterij hadt aangevoerd, bij het vatten van van der Mark, „ dat men zo moest voortvaaren, „ den Prins ook in hegtenis neemen, en na het Le„ ger voeren, waar op loon naar verdienden daan ,, zou." Deeze Brief viel den Heer van Batenburg

in

O Hooft, I. 1). bl. 292. 300. Meteren, V. B. f. 89. Strada . Dec. I. Lib. VII. p. 427.

Sluiten