Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*74

GESCHIEDENIS

PinLirs de II. van Spanje.

dagen, en bewoog veele Antwerpenaars de Stad te ruimen. Om den fchandelijken naam van Mui¬

ten aftewecren , vormden zij eene foort van KrijgsGemeenebesti naar de Wetten, daar in vastgedeld, gedroegen zij zich in alle hunne volgende beweegenisfen. Zij koozen een Opperden , dien zij Keuroverjlen noemden, en voegden hem etlijke Raadslieden toe. Het fpel , het vloeken , het deelen , de dronkenfehap , de verkeering met flegte Vrouwen, het twisten , het maaken van fchulden, en andere dergelijke buitenfpoorigheden, geduld in anders wel. beduurde Gemeenebesten, waren hier , op zwaare ftraffen, verbooden. Zij deeden een galg opregten, om elk, die van diefdal overtuigd werd, aan te hangen. Van Kisten maakten zij , voor 't Stadhuis, een Altaar, en deeden, onder den blauwen hemel, eene Misfe houden, naa welke zij , bij eede , beloofden , na geene voordagen te zullen hooren, dan naa het ontvangen van de volle fomme , aan hun fchuldig. Zij lieten zich ook niet tot rede brengen, dan met de betaaüng van een gedeelte in Geld, en een gedeelte in Lakenen en andere Stoffe. Om welk Geld te fchaffen , de Landvoogd , door dit alles in de uiterfte benauwdheid gebragt, veel werks vondt (*).

De Schepen der Spanjaarden, te Antwerpen liggende , waren van de Stad af en benedenwaards op de Schelde geweeken, ten einde de Muiters zich daar

ven

(*) Hooft, LD. bl. 36t enz.

Sluiten