Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pHUIPS

de II. van Spanje.

Moed der Belegerden.

375 GESCHIEDENIS

der de muuren van Leyden. Maar de Ingezetenen, zulk een lafhartigheid kwalijk neemende, en hunne trouwe verdenkende, weigerden de poorten te openen, en vergunden hun alleen, onder de vesten te legeren , met toezegging van lijftogt. De Overllen duidde dit euvel en liep tot den vijand over: alleen dertig mannen , die bleeven, liet men binnen. Dit overloopen kwam den Belegerden teftade. Meest tegen den honger te ftrijden hebbende, konden zij een langer wederftand bieden, met geenfpijs en drank aan eene talrijke Bezetting te moeten verfchaffen. Zij beloofden den Prins, die hun tot geduld en dapperheid hadt aangemaand, het drie maanden, hoe fchaars ook voorzien, te willen uitharden, met vast befluit „om lie, ver den buik te zien denken door gebrek, dan het zwellen van den hals te gedoogen door prang van " het Spaanfche Juk." Alleen verzoekende , dat de ' Inwoonders van Delft, Rotterdam en Gouda belet mogten worden, den vijand toevoer van eetwaaren toe te fchikken, en, door eigenbelang gedreeven, de algemeene zaak te benadeelen. Eenige Uitgeweekenen, om dit bedrijf Glippers genoemd, deeden met brieven hun best, om de Eelegerden over te haaien, dat zij doordijfzinnigheid zich, hunne Vrouwen en Kinderen geen gewis verderf op den halze haalden, maar liever gebruik hadden te maaken van de aangeboode goedertierenheid der Spanjaarden, terwijl het nog tijd was. Zij kreegen enkel tot antwoord de bekende Dichtregels van Cato :

Sluiten