Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 307

gezind te weezen, om, gelijk de Schapen , in een oud verdichtzel , de Honden, die hun bewaakten , overteleveren , en dus te ligter van de Wolven te.kunnen verflonden worden; het onheil, Egmond, Hoorne en Montigni overgekomen , lag hun nog te versch in geheugen, om zich ligt op goede woor» den te verlaaten. Wat den Godsdienst betrof, het voorftel daaromtrent was niet alleen onregtvaardig , maar ook gefchikt, om een bloeiend Land te berooven van eene menigte vlijtige Onderdaanen. Beter was het, drie- of vierduizend Spanjaards , die zich jaaren lang met het bloed der Onderdaanen gemest hadden, te doen vertrekken. Ten befluite betuigden zij, dat hun Vertoog hervoort kwam uit eene waare genegenheid voor den Koning , en uit regtfchapen zugt voor 's Lands welvaart ; wcshalven zij verzogten, dat hij het niet ten kwaade wilde dui-. den, terwijl zij God baden , dat Hij zijne Majefteit en deszelfs Gemagtigden met beter raad wilde zegenen.

Alle moeite gaf ztchdeGraaf vanZwartsenburg, om de geesten tot één te brengen. De Koningfchen ftonden bijna alles toe, uitgenomen het Huk van den Godsdienst. Glimpig genoeg , in de daad , kwam men zo verre, om te verklaaren, dat de Koning genegen was , hierop het goeddunken der algemeene Staaten te hooren. De Raad van Staate drong , bij den Landvoogd , het ftuk aan, hem onder 't oog brengende , hoe het anderzins te dugten ftondt , dat de Prins van Oranje het oog op eenen vreemden A 3 Hee*

Philips de II. van Spanje.

Afgebrooken.

Sluiten