Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÖE& NEDERLANDEN. 317

het hun voor 's Vijands gefchut ten doel (lelde; dan zij, hier door bemoedigd , Hapten rustig voort, nu tot de knie, dan tot den buik in't water. Niettegenftaande het aanhoudend vuur der Zeeuwen, en het (laan met lange Rokken, aan welker einde kneppels hingen, op de wijze van dorschvlegels, 't welk 'er veelen velde , terwijl eenigen , met haaken geklauwd, in de lebuiten werden opgehaald ; kwam het meerendeel der geenen , die den voortocht hadden , over; Zij moeiten , behalvert dat zij te zeer belaaden waren tot wederftandbieding, den weg vervorderen, eer het getij verliep , en zich dus ah die afbreuk en 't uitjouwen der Zeeuwen , die hun verweeten , dat zij zich tot Waterhonden lieten gebruiken , getroosten. Ongelukkiger was de Agterhoede; het wasfend water verrastte dezelve; zij waggelden , llruikelden, vielen, verlooren het pad, en zelfs die het hielden, voelden het water tot de borst en keel klimmen. Drijvende pakkadie en drenkelingen verhinderden hun: zij moeiten, hoenoode, tot den her* tred befluiten: veelen, die eerst de voorllen, maar thans de agterften waren, fmoorden in den vloed, en alle de Delvers , op tien na, verlooren het leeven.

Zij, die onder het geleide vanJoAN Osorio d'Ulloa, met het aanbreeken des dageraads, den oever van Duiveland bereikten , Romen , terwijl hunne tochtgenooten uit het water opklommen , geknield, een kort gebed voor Maria en Jacobus uit: en toogen voorts , hoe doornat en vermoeid, moedig den

dijk

PHILIP3

de Ü.van Spanje.

Sluiten