Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philips

eeII. van Spanje.

524 GESCHIEDENIS

Gemeente te hooren. Maar zij bragt de zaak niet voor 't zelve, noch liet het den Gemagtigden toe. Eindelijk gaf zij, tot affcheid, te verftaaii, op het verzoek der Gezanten nader te zullen antwoorden , als zij eerst bezogt zou hebben, of 'er geen middel ware , om den vrede met den Koning te treffen. Deeze , meende zij , zou haast gevonden zijn , als men den Roomfchen Godsdienst toeliet. Op de verzekering , dat men van deezen in Holland en Zeeland geheel vervreemd was, gaf zij haare verwondering te kennen, dat men zich des zo zeer bezwaarde, zeggende: „ Was het niet beter, in „ de Misfe te gaan, dan u zo veel rampen op den hals te laaden ? Kunt gij 't van u zelven niet „ verkrijgen , daar aan geloof te Haan, verbeeldt u enkel een Marionettefpel te zien. Ik ben thans „ in 't wit gekleed, en zoudt gij,! zo 't mij gelustte eene Comedie te fpeelen, het eene misdaad reke„ nen, 'er bijteblijven?" Dus fchilderen Vorften, zo wel als andere menfchen, zichzelven dikwijls het eigenüartigst af , wanneer zij 'er minst aan denken.

, Het verzoek, om eenige Penningen te ligten,

werd afgellaagen; dan zij liet toe, dat men tweehonderd man wierf, tweeëndertig ftukken gefchutskogt, en dezelven vervoerde (*). Wel ernftig hadt zij verzegt , dat men geen Verbond , ten haaren nadeele, met Frankrijk zou aangaan. Ook bleef zij niet in gebreeke, om haar gedrag Philips te doen weeten,

en

(*) Viguj Epi$. Sel. p.407. Bob., VIII. B. bl. 132.

Sluiten