Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN, 36*3-

en wilden Goes van Krijgsvolk , 't welk veelligt de Partij der Muitelingen zou toevallen , ontruimen, waarop ook deeze Duitfchen bevel kreegen, de Stad en het Eiland te verlaateu. Noode wilden zij vertrekken , van dag tot dag hadden zij nieuwe voorwendzels, om zulks te verfcbuiven. Eerst gaven zij voor, zij moeiten de rekeningen in de herbergen afdoen ; dan verzogten zij , van teerkost op de reize voorzien te worden ; een anderen dag, trokken zij de egtheid van 't Bevelfchrift in twijfel , den volgenden dag neeten zij in beklag over de flegte belooningen van hunne getrouwe dienften ; en , eindelijk, verklaarden zij, niet te kunnen heengaan, zonder Vrijgeleide des Prinfen van Oranje. Deeze verkreegen zij; doch 't was nog niet genoeg : zij Relden een gefchrift op , vol van de onredelijkfte eifchen aan de Regeering. Deeze beantwoordde 't zelve , van ftuk tot ituk. Dit antwoord werd , ongelukkig, 's naamiddags , den Krijgslieden ter hand gefteld , en zij lieten de Regeering aanzeggen, dat hunne gewoonte niet was, eenige zaaken van belang naa het middag'èeten te doen; en deeze moest, om van die lastige gasten ontflagen te worden , de meefte verzoeken inwilligen. Zij waren niet vertrokken , of 'ei werd eene Schutterij van driehonderd Burgers opgerigt (*).

De Goezenaars verlangden, zich bij de Algemeens Staaten te vervoegen, om ftem in hunne Vergaderin-

gei

(*) Hifi. der Satisfaliie- van Cits, bl. au enz.

Phiups Öb 11. van Spanje.

Sluiten