Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 381

„ dat de Roomfche Godsdienst onverkort zou blij„ ven; dat zijne Doorlugtigheid , met zijn Gezin, ,, ten allen tijde in de Stad zou mogen komen, „ doch zonder Krijgsvolk. ten ware de Burgerij hier „ in bewilligd hadt , ook zonder eenige Leeraars ,, medetebrengen , tot het verrigten van Onroomfche „ Oefeningen; dat de Geestlijke Begiftigingen niet ,, dan aan Roomfchen zouden gefchieden , en de

voornaamfte Ampten niet begeeven worden, dan ,, bij goedvinden der Staaten; dat zijne Doorlugtigheid ,, de Privilegiën handhaven zou , en het Geestlijk „ Regtsgebied des Aardsbislchops ongekrenkt laaten; „ dat hij geene Bezetting in de Steden zou mogen „ leggen, dan met der Staaten verlof, en buiten 't zelve „ geen Sterkten opwerpen; dat hij zich in 't Sticht ,, geen meer gezags zou aanmaatigen , dan hij 'er „ van ouds gehad hadt ; en dat dit Verdrag zou „ ftand grijpen, zo lang het Sticht onder den Prins of „ deszelfs Nazaaten ftaan zou, of zo lang 'er, vol„ geus de Gendfche Bevrediging, geen andere orde „ beraamd werd bij de Algemeene Staaten (*)."

Terwijl Oranje Zich te Geertruidenherg onthieldt, om te digter bij Braband te zijn , en daar op een waakend oog te houden, en de Staaten zich van Bergen op Zoom, Steenbergen en 's Hertogenbosch verzekerd hadden , bragt men bij den Prins een Hopman van den Colonel Fronseero , in Breda gelegerd, te

rug

(*) Bor, XI. B. bl. 300. Groot Utr, Plakaatè.l.D. bl. 47-

Piin ips de II. van Spanje.

De Staaten verzekerenzich van eenige Steden.

Sluiten