Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 387

„ en, als de nood aan den man komt, doorfteeken „ zij de dijken, om den Vijand in den vloed te ver„ drinken. De talrijkfte Vlooten vermogen niets, „ in hunne ondiepe wateren en nauwe ftroomen, „ blootgefteld aan 't geweld der ftormwinden , ter„ wijl de Ingezetenen , op de Zeevaart afgerigt, „ zich van alle voordeden weeten te bedienen , en „ altoos de overhand ter zee hebben. En welk ee„ ne Krijgsmagt zal dezelven tegenwoordig kunnen „ dwingen, daar zij verfterkt zijn door de verééni„ ging met de andere Landfchappen, en bemoedigd „ door de hoop op denbiftand der Duitfchen, Fran„ fchen en Engelfchen (*)?"

Met één woord, in deeze Onderhandelingen werd niets verzuimd, om Don Jan tot het aBeggen der wapenen en een vriendlijk verdrag te beweegen. De Brieven, door Don Jan gefchreeven, zijn vol verwijten van opftand en befchuldigingen tegen den Prins van Oranje. „ Het was een misdrijf, de Brieven „ van eenig bijzonder perfoon te onderfcheppen er „ te ontzegelen : doch , naa de Gendjche Bevrediging, zo te handelen met de Brieven van den Ko ning, was Majefteitsfchennis, de ftrengfte ftraffi waardig." Naa drt hij, met het uiterfte misnoe' gen, het noodigen van Oranje in Braband verftaar hadt, drong hij voornaamlijk aan op het kwaad , *i geen zulk een Ketter den Staat zou brouwen. Doch

vree

(») Schrtz Comment. dePace inter AuftriacumS Oré 1 £elg. ia Anal, Burm, Tom. I. p. 58. 5*« F3

Philips de II. van Spanje.

1

Sluiten