Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philips de II. van Spanje.

i

■ ] < i c n

g f<

P

410 GESCHIEDENIS

derfteunde deezen Yveraar, dien hij, op zijn verzoek, een fchootvrijen Helm en Rondas zondt , blljks genoeg , dat hij iets geweldigs in den ichild voerde

Zints de laatfte overeenkomst hadden de Onroomfchen niet opgehouden met klaagen. Zij vorderden meer zekerheids, dan hun was toegedaan, en het Kerkhof, hun aangeweezcn, lag hun op eene te afzigtige plaats. Het vrugtloos morren hier over veranderde in het neemen van gewelddaadige befluiten. Op den vijfëntwintigften van Bloeimaand, buiten de Vrijheid der Stad te preeke geweest zijnde, hielden zij raad, beraamden tijd en plaats, om den aanflag tegen de Wethouderfchap te volvoeren.

Op den volgenden morgen , vervoegde zich Barbes , nevens vier anderen , na 't Stadhuis : niets ivas 'er op de Wethouderfchap te winnen ; hier van s;aven zij de leuze ; hunne Aanhang verzamelde op ien Dam, fleepte het Gefchut uit het Bushuis , en topte de toegangen derwaards toe. Zij ftortten ten Stadhuize in, haalden den Schout, de meefte oude in dienende Wethouderfchap van daar, of uit hunne luizen, en bragten ze na de Waag, terwijl een anlere hoop verfcheide Priefters , en bijkans alle Minderbroeders , na den Dam fleepte. Men vreesde, at de doldriftiglïen hun op 't lijf gevallen en afge. laakt zouden hebben. Dan zij werden na 't Water :bragt, en daar ingefcheept , gaande door de gehaarde Schutters, die hen beveiligden voor 't ge:upel, 't welk fchreeuwde : Men moest ze na de

Sluiten