Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLAND EN. 413

ken, maar betoonden ook eenen onverdraagzaamen aart tegen andere Gezindheden. Te Middelburg wilden zij de Doopsgezinden dwingen te zweeren en op de Wagt te trekken. De Prins van Oranje trok zich hunner zaake , in 't een en ander geval, aan. Hij beweerde, dat hun Ju voor een Eed moest verftrekken, en dat zij op dit (tuk niet verder behoorden gedwongen te worden, of men moest willen billijken , dat de Papisten de Hervormden dwongen tot het belijden van eenen Godsdienst,met derzelvergeweeten ftrijdig: en fchreef hun aan, dat zij de Doopsgezinden noch wegens den Eed , noch wegens het wapenvoeren hadden laftig te vallen (*)• Zijne Hoogheid was deeze ftille , arbeidzaame en handeldrijvende Gezindheid bijzonder gunttig, dewijl eenigen hunner, in den jaare MDLXXII, hem eene goede fomme gelds, ten dicnlte van den Lande , verftrekt hadden (f),

Terwijl de Hervormden, in deezer voege Menfchen, die met hun in Geloofsbelijdenisfe verfchilden, zogten te verdrukken, in de Landfchappen, waar zij de meerderheid hadden, verzogten zij, op't vaurigst, vrijheid van Godsdienstoefening in de Gewesten, waar de Roomfche Godsdienst de heerfchende gebleeven was, en zij insgelijks, van tijd tot tijd, meerder vrijheid gebruikten, om te prediken en 't Avondmaai te vieren. In het Verzoekichrift , op eene in-

en

(*) Hooft , I. D. bl. 501. 585. (t) Brandt Reform. I. D. bl. 525.

Philips de II. van Spanje.

De Prins befchermc de Doopsgezindentegen de verdrukking der Gereformeerden.

Geloofsvrede.,

Sluiten