Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLAND EN. 435

„ noch om den ftrop, noch om het vuur te ontgaan, „ zijne Gezindheid verzaaken wil: 't zou mij ligter „ ftaan, dan den vinger in de vlam eener kaarsfe te „ Heeken (*)." De Raad der Beroerte nam in gezag zodanig af, dat, ten deezen tijde, maar eenige weinige Doopsgezinden te Antwerpen den marteldood leden (f).

Schoon op 't gedrag der Hervormden, ten opzigte der Roomfchen, geenzins te roemen valt, gaven zij zich niet toe aan zo veele wreedheden. Zij behandelden hunne Partij bijkans op dezelfde wijze , als men te werk gaat met wilde Beeften, die men de tanden uitbreekt, de nagels kort, en ketent, om het befchadigen te beletten. Zoetvoerig was hunne taal, met betrekking tot de vervolging : „ Indien een „ Broeder in de duifternisfe is, moet men hem ver„ lichten , niet verbranden ; indien hij befmet is, „ wasfchen, niet verdrinken •, indien hij ziek is, op„ pasfen, niet dooden ; indien hij van den weg is „ afgedwaald is , te regt brengen , niet onthoof„ den."

Baarblijklijk was het der Hervormden oogmerk, hunne Godsdienstbelijdenis de heerfchende te doen worden. Zommige Leeraars, nauw het dwangjuk, waar over zij klaagden , afgefchud hebbende , zogten anderen het door hun vervaardigde op den hals te leggen. De Overheid beteugelde de geestlijke

heersch-

(*) Hooft, I. D.bl. 514.

(f) Brandt Reform. I. D. bl. 586.

13

Philips de II. van Spanje.

Het gedrag der

Hervormden,

Sluiten