Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5''4

GESCHIEDENIS

moedigheid geen leed hegten kon, met het maatigen zijns zeiven in zo regtvaardig eene 1'marte , dat hij waarlijk magtig was den aart der bruskfte Volken te temperen (*).

Het mislukken van deezen toeleg ftelde Anjou ten prooije van fchaamte , fpijt en wanhoop , die zich , met het weinigje des Legers , na Berchem begaf. Dien eigen dag liet hij een Brief afgaan aan de Wethouderfchap te Antwerpen, met verzoek , om zijne Papieren, Pakkadie, Dienstbooden, en het ontflag van eenige Gevangenen. De fchuld van 't gebeurde wierp hij op de kleinagting, waar 'mede men hem, zints eenigen tijd, bejegend hadt. Aan Oranje en de Algemeene Staaten fchrcef hij op denzelfden voet. Van de laatflen alleen ontving hij antwoord , hem om vrijgeleide voor hunne Gemagtigden verzoekende. Dit nam hij euvel op ; doch moest zijn leed verkroppen, en lijden, dat zijn Leger, zo wel als hij zelve, gebrek leedt: door fchrijvens en herfchrijvens , bekwam hij geen voorraad. Genooddwangd opte breeken, nam hij den gang na Dendermonde , en moest de Dijle overtrekken : het hooggezwolle water maakte het leggen eener Brugge ondoenlijk : de Soldaat begaf zich te water, en dit kostte omtrent dui* zend man het leeven: de Hertog zelve fchoot'er bijkans het zijne bij in , daar hij tot den hals toe diep ging, en eeue ongefteldheid fcheepte , welke hem altoos

(*) Hoofdt, II. D. bl. 838. THUANUSjLib.XXXVlI. p. 610.

Willem de I.

Anjou's gedrag naa het mislukken.

Sluiten