Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der.

NEDERLANDEN. 607.

zou nooit daaden van dwinglandij gepleegd ; doch, zo hij geleefd hadt , zich , door zijne gemeenzaamheid en inneemende welfpreekenheid , gemaklijk ten toppunte van volftrekte Oppermagt verheeven hebben. En, gefield , dat hij ze niet misbruikte , en altoos in gedagten hieldt, hoe zijne magt van 's Volks gunst afdaalde, kon men dan nog dezelfde gemaatigdheid verwagten van zijne Opvolgers , die dezelfde beweegreden van erkentenis, dezelfde bekwaamheden, en dezelfde zagtheid van charaétermisfchien niet zouden hebben (*)?

Geen wonder, derhalve, dat deeze Voorwaarden, hoe Vrijheidbefchermende ook , zwaarigheden ontmoetten. Te Amfterdam kreeg men hoe langs hoe meer tegenzins, om , in plaats van den afgezwoornen Koning van Spanje , eenen nieuwen Opperheej te verkiezen: het aanfiellen van eenen Gouverneur Generaal, die zekere Raaden nevens zich zou heb ben , viel 'er beter in den fmaak. En, wanneer he op de zaak der Opdragt aankwam, deedt de wakker. Burgervader Cornelis Pieterszoon Hoofdt, toei Oud&-Schepen en jongfte Vroedfchap, een treffen. Vertoog, (trekkende, om het verheffen zijner Hoog heid te ontraaden, zo lang 'er Zeeland niet inbewi: hgd hadt. Hij merkte aan , niet te kunnen zien wat heil 'er uit deeze verheffing voor den Lande t wagten ftondt. Hoog gaf men op van de gunst

doe

(*) V Leeven van mtltm dm l, III, D. bl. Cjjf. UI. Deel. St. $

Willem de I;

Zwnatfg* heden, daar op gemaakt*

I l

e «

Sluiten