Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6a6 GESCHIEDENIS

Willem de I.

ten , welken hij , weinig tijds te vooren , gegeeven hadt bij de geboorte van zijn' Zoon Fkedf.rik Henjrik. De Zanggodinnen , wars van 't geklank der wapenen, verlieten de Nederlanden. De verdeediging van Vrijheid, Leeven en Godsdienst lieten niet toe, dat men, met den ouden ijver, de Dichtkunst behartigde, 't Vernuft fcherpte zich in het opftellen van Vertoogen , Verzoekfchrittcn en Verdeedigingen. Maar, zoo ras de Landen tot eenigen ademtocht kwamen , begon de lust tot Taal- en Dichtoefening weder optewakkeren. De Rederijkkamers bloeiden. Aanzienlijke Mannen werden 'er Leden van : die der Egelantieren te Jmjlerdam telden op die Lijst , in den jaare MDLXXXI, vijf BurgemeeBers , acht Schepens , en andere Leden van den Raad. Zij Bonden onder het beftuur vau drie groote Vernuften , Hendrik Laurenszoon Spiegel , Dirk Volkertszoon Koornhart en Roemer Visser. De Kunsrgenooten dier Kamer, aan welken Holland de uitmuntende Mannen, die de Vaderlandfche Dichtkunst ten hoogften top voerden, te danken heeft, Boegen de keurigheid , zinrijkheid en rijkdom onzer Taaie gade, en ontdekten, dat zij op zichzelve bekwaam was alle denkbeelden op 't gevoegbjkst en zinrijkst uittedrukken : afkeerig van de verbastering , waar in zij vervallen was , verftonden zij , (dit zijn de eigene woorden dier verdienstlijke Kunstbevorderaaren,) „ 't hun ampt te „ zijn het Duitsch optehelpen , te vercieren en te a, verrijken. Men hadt de Kamers van Rederijk als

ge"

Sluiten