Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN.

hun geheel verleegen : zij zagen geen open , dan zich aan eene vreemde Mogenheid te'onderwerpen. ,, Ik geloof niet," drukt zich zfker Schrijver uit, ,,, dat in het ganfche beloop der Nederlandfche Ge„ fchiedenisfen iets te vinden is , 't welk meer tot j5 onze vernedering flrekt (*)." In de daad het wekt onze verbaasdheid op, dat een Gemeenebest, nog onlangs zo ontzaglijk, zich in de noodzaaklijkheid gebragt ziet , om na Buitenlandfche Heeren omtezien , en blootgefteld aan eene vernederende weigering: bovenal verdient de kortheid van het tijdverloop j tusfchen die grootheid en vernedering , onze aandagt.

De Bondgenooten , weinig tijds naa den dood des Hertogs van Anjou, ziende , dat de Koningsgezinden, van dag tot dag , in aantal groeiden , en de fchielijkfte voortgangen maakten, hadden een nieuw Gezantfchap na Frankrijk afgevaardigd. Zij dagten, dat de verkrijging der Nederlanden deStaatzugt van Hendrik den III. zeer ftreelde. Gedrongen, om een Heer te neemen, ten einde zij een liefchermer mogten hebben, waren de Gezanten gelast, hem de Heerfchappij der Landen aantebieden. Zij waren nog niet ten Hove gekomen , als zij tijding krcegen van den onverwagten moord des Prinfen van Oranje , en Brieven van de Staaten , gelastende , zijne Majefteit te verzoeken , eenen agtbaaren Overlten

her-

(*~) Stijl, Opkotnst en Bloei van de Republiek der Feriénigde Nederlanden, bl, 541.

Maurits.

Handel over de opdragt der Landen aan Frank' rijk.

Sluiten