Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer NEDERLANDEN. 6%

fchillende handelwijzen ,' in dien onzekeren en wankelenden ftaat van 's Lands regeeringe, hebbe men zich niet zeer te verwonderen. De onderfcheide Landfchappen hadden met elkander eene Unie aangegaan , om een' Vorst, in een Dwingeland veraart , en een Vijand geworden , wederftand te bieden ; elk derzelven was Oppermagtig gebleeven. In den neteligen toeftand , waar in zij zich, van tijd tot tijd, bevonden , te midden van een hardnekkigen en fleependen Oorlog, welks voeren van de Algemeene Staaten afhing , hadden deezen natuurlijk grooten invloed gekreegen ; doch waren zij hier door nooit met de Oppermogenheid bekleed geworden. Deeze bleef in handen van elk Landfchap (*). De Staaten van Holland hadden, ten blijke van hunne opperfte magt, naa 's Prinfen dood, meer dan ééns vergiffenis van misdaaden verleend; een nieuw Zegel, het omfchrifr deezes Gewests voerende : Sigillum Ordinum Hollandia, Zegel der Staaten van Hol¬

land, doen vervaardigen , en vastgefteld , dat de vergaderde Leden den tijtel zouden voeren van de Ridderfchap, Edelen en Steden van Holland, vertoornende de Staaten van dezelve Landen (f). In deeze Oppergezagvoerende waardigheid droegen zij het Stadhouderfchap aan Graaf Maurits op.

De

(*) P. Paulus Ferkl. der Unie van Utrecht , III. D. bl. 70 enz. IV. D. bl. ^7. Oldenbarnevelds eer verdeedigd, bl. 44 enz.

(t) Refol. Holl. 1585. bl. II.

Maurits.

Sluiten