Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. is|

Niets hadt meerder werks in, dan de Predikanten tot reden te brengen. Godsdienstijver was heteenig roerzei niet hunner bedrijven. Zij bedoelden een ruimer inkomen uit de geestlijke Goederen , leggende zich onder de Koninginne geen fchaarfcher onderhoud toe, dan zij in Engeland den Bedienaaren des heiligen Woords verfchafte. Indien zij, ten tijde, wanneer zij, wat hunne wedde betrof, van den Staat afhingen, niet nagelaaten hadden, zich van de onlusten en 't misnoegen des Volks te bedienen, om de Staaten tegen te wrijten, wat hadt men dan niet te dugten van hunnen onrustigen aart en invloed op de Gemeente , als zij vaste bezoldingen bezaten , die hun onafhanglijk maakten, met de vrijheid,om, wanneer zij het bepaalden , Kerkvergaderingen te houden ? Hoe meer de Staaten zich tegen deeze Woelgeesten aankantten, hoe heviger zij uitvoeren tegen de Regeering. Niet ten onregte was men, van den aanvang der Beroerten af, bedugt geweest 3 dat heerschzugtige Leeraars eene nieuwe dwinglan» dij, zo ondraaglijk als de Roomfche, zouden invoeren. Martinus Lydius , Hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Franeker, verbaasd over hunne ftout' heid , kon zich niet bedwingen van te verklaaree , dat zij, naa het verlies van Vlaanderen en Bra„ band veroorzaakt te hebben , ook Holland en Zee„ landden zelfden gang zouden doen gaan, zo 'er „ de wijze Overheid geen zorg voor droege." In de daad, deeze Oproeriger, niet te vrede met de zodanigen te lasteren , die zich tegen de indringingen

van

IMauiuts.

Moeite met de Leeraaren.

Sluiten