Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

184 GESCHIEDENIS

Maurits.

i

1

i

i

1 | i

EnSe land en öe yerèéttigdeGe- d westen wapïnen ^ zien eer v Zee.

te ontwapenen , wanneer de Vijandlijke Vloot met eene fchielijkheid, die men van de Spaanfchen met verwagtte, weder in Zee geftooken was en opdaagde. Deeze Vloot bei'tondt uit honderd en vijf en

dertig zwaare Schepen, grooter dan men tot 'nog gebouwd hadt, en een goed getal mindere vaartuigen, bemand met twintig duizend Soldaaten en twaalfduizend Matroozen, voorzien van twee duizend zes honderd ftufcken gefchuts, en leeftocht voor zes maanden: deeze moest zich veréénigen met den Hertog van Parma , die met een Leger van dertig duizend Man in Vlaanderen lag, gereed om gefcheept te worden in acht en twintig Oorlogfchepen, te Duinkerken verzameld. Welk eene toerusting om Engeland te beftooken! De Oceaan hadt nimmer eene zo talrijke Vloot van zq groote Schepen gedraagen. De Spaanfchen verbeeldden zich, dat niets dezelve kon ivederftaan. Zij hadden reeds de Landen, de waarligheden en de Rijkdommen van Engeland onder eilander verdeeld, en hielden zich zo vast van eenen ;oeden uitflag verzekerd, dat hunne trots aan deeze /loot den bijnaam van de Onverwinnelijke gaf, een laam, dien dezelve mogt voeren, indien de zamenvoe;ing van menschlijke magt iels onverwinnelijk kon laaken.

Engeland en de Nederlanden, hoe fterk ook ter iee, hadden geen genoegzaame Vloot, om ze tegen e Onverwinneliikete fteüen. Misleiding en wantrou'en waren de oorzaaken van zwakheid. Dan de rees deedt,in deezen uiterften nood, meer,dan een

,fer-

Sluiten