Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BÏAUR.ITS.

aS8 GESCHIEDENIS

gedaan zijnde, worden de Landfehappen vefzogt, zich gereed te maaken tot het fteimnën. Elk heeft vrijheid, zijn gevoelen te uitten. Naa het ftemmen, befluit de Voorzitter met de meerderheid of éénpaarigheid, naar maate de Zaaken zijn, waar over geraadpleegd wordt. Indien het algemeen gevoelen met dat van her voorzittend Gewest ftrijdt, of wanneer de Voorzitter , om andere redenen , zwaarigheid maakt, om te belluitefl , kan hij zijne plaats verlaaten, die dan bekleed wordt door den Voorzitter van de naastvoorgaande week, of door nog vroeger, die geene zwaarigheid maakt, het befluit uittebrengen. Deeze doet het , en laat 't zelve in de Registers der Vergaderinge aantekenen. Bijaldien de zaaken , waaromtrent men met de Meerderheid kan befluiten, door den Voorzitter, in zijne week, niet kunnen worden afgedaan, kan hij zijne plaats aad eenen zijner Medeafgevaardigden afftaan: en, in gevalle deeze weigert, de zaak tot een befluit te brengen , gaat het Voorzitterfchap tot een ander Gewest over. Door deeze fchikking worden veele zaaken veel fpoediger afgehandeld , dan anders met mogelijkheid kan gefchieden (*).

Het verdient onze opmerking , dat in deeze Vergadering van hunne Hoogmogenden , of der Afgezondenen van de bijzondere Gewesten, geene Krijgslieden mogen worden afgevaardigd , terwijl 'er zo veelen zitting hebben in de Vergadering der bijzondere

(*) Tegen ftaat der Ferêén. Neder!. L D. bl. 256*

Sluiten