Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 295

hier de Ommewentelingen, uit dien zugt herkomftig. Het Volk wil liever één Meefter , dan eene menigte van Meefters hebben: en zou, misfchien, den Stadhouder een nog uitgeftrekter, ja een'Oppermagtig Gezag wenfchen optedraagen : denkende, alsdan de oude Regeeringswijze herfteld te zullen zien, etimin den last te zullen voelen van eene Oppermogenheid, die, thans in zo veele Leden berustende, te dikmaals, hun hetverlieshunner Regten fchijnt te herinneren, 't Is te denken, dat hetzelve, overaï eenig aandeel behouden hebbende in het Bewind, anders zou gedagt hebben. Het hadt gereed kunnen gefchikt worden, dat men iets meer van de Volksregeering liet blijven , daar deeze Regeeringsvonn zich wel fchikte naar kleine Steden, en het beBaan deezer kleine Steden bevestigd was door het Bondgenootfchaplijk flelzel. Maar te midden dier onlusten , in welken dit Gemeenebest zich vormde , deeden de Hoofden der Regeeringe , onder het veel fchijnend voorwendzel van de onheilen, door de Volksregeering te Genei, Antwerpen , Nieuwmegen en elders ontBaan, hun best, om het deel der Schutterijen en Gilden in de Regeering te verminderen (*> netbelang der Stadhouderen en der Overheidsperfoonen ftemde hier zamen. Zij vreesden , dat , zij het Volk veel gezags laatende , hetzelve nog meer zou willen hebben : en , zo ras het Volk zich aanmerkt als een Lid der Oppermogenheid, hebben de BeBuur-

ders

£*) P. Paulus Vtrku der Uvie, III. D. bl. sop enz. T4

Maurits;

Sluiten