Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

GESCHIEDENIS

Maurits.

Perfooiien , in dienst der Generaliteit, wanneer de overtreeders inwoonders zijn van één der Zeven Gewesten. Men beroept zich hier op het Voorregt, bekend onder den naam de non evocando, als het Palladium der Nederlandfche Vrijheid, en te vergelijken met het Regt, 't geen, oudtijds, de Romeinfche Burgers hadden in de geheeie uitgeftrektheid huns Rijks , en waar van niemand hun kon beroaven (*). Deeze gefclullen hebben anderen, niet min gewigtige , doen gebooren worden. Men oordeelt het niet genoeg, het Militaire Regtsgebied aantetasten ; maar heeft zelfs de wettigheid van een Hoogen Raad in twijfel getrokken, en beweerd , dat'ernooit eene aanblijvende van dien naam geweest hebbe. De Militaire jPurisdi&ie werd aan Maurits en denRaade van Staate opgedraagen : de Algemeene Staaten gaven dien aan den Raad van Staate alleen over, en, naa dien tijd, wil men , dat deeze altoos de Hooge Krijgsraad geweest hebbe, en dat de Hooge Raad, nevens zijne Excellentie, nooit bekleed geweest is met de hoedanigheden, aan zulk eene Regtbank toebehoorende. Men beweert, dat de poogingen der Stadhouderen, om den bovengemeldenHoogen Raad tot eene Opperregtbank.te maaken , vrugtloos geweest zijn: want een Stadhouder , alleen CapiteinGeneraal zijnde over elk der Landfehappen in 't bij-

zon-

(*) P. Paulus Ferkl. der Unie , I. D. bl. 120 -12&, III. D. bl. 58. 61. Van der Kemp Aanmerkingen over de Ferkl. der Unie, bl. 101.192.

Sluiten