Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m NEDERLANDEN.

335

veele jaaren herwaards , onder de befcherming der Graaven vanOostfrieslandbegeevm: deezen hadden , allengskens, hunne magt weeten te vermeerderen, en duidelijk doen blijken, dat zij de Inwoonders, te zwak, om zichzelven te befchermen, geheel wilden onderwerpen. Maar de Burgers van Embden betoonden fteeds de oude Vrijheidsmin, alle Volken, die den naam van Friezen draagen, aangebooren. De Burgerlijke en Godsdienstige Vrijheid, de voordeelige ligging der Stad , de Haven, gefchikt ten Zeehandel, tr.kken veelen van elders, door Vervolging en Oorlog verdreeven, naa dit verblijf van Verdraagzaamheid en Vrede. De bevolking en de rijkdommen vermeerderden, ongevoelig, daardenhoogmoed, natuurlijk eigen aan vrije Volken. Edzard de II, toen Graaf van Oostfriesland, aanfchouwde zulks met een wangunstig oog, en dagt een trots, welke hem gevaarlijk toefcheen , te zullen dempen , door belastingen op de Koopwaaren te Bellen, en de Wet naar zijn zin te befchikken. Het wantrouwen begon van wederzijden te werken, verfchil van Godsdienstbelijdenis zette de geesten fterker aan. De Graaf was der Augshurgfche Belijdenis Ie toegedaan; het meerendeel der Burgeren volgde het Leerftelzel van Calvijn. Onder voorwendzel, dat hunne Godsdienstvergaderingen niet anders waren dan oproerige zamenkomBen, en de penningen, bij dezelven ingezameld , alleen dienden tot het verkrijgen van middelen tot het bieden van wederitand , bragt Edzard eene bezetting in het Kasteel, om dus de B a Stad

Maurits.

Sluiten