Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 433

heid eerst vijf jaaren na deezen ramp. Maar de Japanners , de onheilen, hun bejegend , willende ver. goeden, fielden ze niet alleen fchadeloos door eene groote fomme, maar noodigden de Hollanders uit, om hunnen Handel op Japan te vestigen. En, fchoon zij niet voor het jaar MDCIX. derwaards konden vaaren , gaf het eerfte ongeluk', hun daar bejegend, gelegenheid tot den voordeeligen Handel, welken zij, naderhand, in dat gedeelte van A[ie dreeven (*).

Nooit was de Scheepsvaart der Nederlanderen in zulk een bloeijenden ftaat geweest. Hunne Schepen ; bedekten alle Zeeën , die ten tooneele Strekten van \ de fchitterendfte onderneemingen. In den jaare 1 MDXCV, Haken twaalfhonderd Schepen, na'tOosten en Westen , in zee ; tusfehen de vier- en vijfhonderd dreeven toen den Handel op Cadix, St.Lucar, Lisbon , en andere Spaanfche Havens. Meer dan zeventigduizend man bebouwden fteeds de Zee: en de Zeeimgt van dit kleine brokje Werelds behoefde voor die van geene Mogenheid te wijken: 's jaarlijks werden 'er tweeduizend, zo groote als kleindere , Schepen getimmerd (f). Met den jaare MDXCVIII, nam de Scheepvaart op de Oost- en West-Indïèn fterk toe: rijke Handel w rd 'er gedreeven op de Kust van Guiné. Een Zeeuwsch Schip

kwam

(*) Voyage van vijf Schepen, agter de Reizen van J. v. Nek. Oost - Ind. Foyagien, I D. Ü) Grot. Hifi. p, 331. Rbyd , XII. B. U. z$2.

H3

Maurits;

Iferbaa:end

roorfpoe» iige ftaat Ier Zeeraart.

Sluiten